Sterilisatie/castratie

Konijnen worden vruchtbaar rond de leeftijd van 3-5 maanden. Het is dus raadzaam vanaf 3 maanden leeftijd mannetjes (rammelaars) en vrouwtjes (voedsters) uit elkaar te houden. Wil je ze wel bij elkaar houden dan is het nodig om in elk geval 1 van de 2 onvruchtbaar te maken. Voor de rammelaar is de ingreep kleiner dan voor de voedster. Echter voor de voedster zijn er meer redenen om sterilisatie te overwegen.

Veel oudere voedsters krijgen problemen aan de baarmoeder, in veel gevallen is dat kanker aan de baarmoeder of eierstokken. Ook de melkklieren hebben een verhoogde kans op tumoren door hormonale invloed. Daarnaast zijn veel voedsters vanaf hun puberteit niet meer zo vriendelijk en het agressieve gedrag neemt na een sterilisatie vaak behoorlijk af. Voedsters worden nog al eens schijndrachtig en gaan dan nestjes maken, ook dat gaat over na sterilisatie.

Een konijn kan het beste gesteriliseerd worden vanaf de leeftijd van 6 maanden. Sterilisatie bij de voedster is een buikoperatie en daarom wat zwaarder dan castratie bij de rammelaar. De eierstokken en de baarmoeder worden verwijderd en konijntjes moeten na een operatie altijd goed in de gaten gehouden worden of ze vlot weer gaan eten. Voldoende pijnstilling is belangrijk, omdat een konijn met pijn ook niet zal eten.

Castratie bij de rammelaar is een wat simpelere ingreep en kan ook al jonger gedaan worden, vanaf een maand of 4 als de testikels goed zichtbaar zijn. Redenen voor castratie zijn vooral het kunnen samen wonen met een vrouwelijk konijn of sproeigedrag. Een volwassen rammelaar wil nog wel eens urine rond gaan sproeien en dat wordt vaak minder na castratie, als het gedrag tenminste nog niet te lang vertoond is.