Uw huisdier mee op vakantie

 

Steeds meer mensen nemen hun hond of kat mee op vakantie naar het buitenland. Dit kan natuurlijk heel gezellig zijn. Houd er echter rekening mee dat er bepaalde wettelijke regels zijn waar u zich aan dient te houden indien u uw huisdier meeneemt over de grens. Daarnaast komen er in het buitenland een aantal ziektes voor die in Nederland niet voorkomen. Het is verstandig uw hond hier vooraf zo goed mogelijk tegen te beschermen. 

Checklist voor vertrek:

  • Bedenk of het verstandig is uw huisdier mee te nemen (Wagenziekte? Te lange reis? Te warm klimaat?)
  • Is het toegestaan uw hondenras mee te nemen naar uw reisbestemming? (In onder andere Frankrijk is het verboden om een aantal hondenrassen in te voeren)
  • Is uw dier in het bezit van een Europees paspoort?
  • Is uw dier gechipt?
  • Heeft uw dier zijn jaarlijkse inentingen gehad? (dit is veelal niet verplicht, maar wel verstandig)
  • Is uw dier ingeënt voor rabiës? (de rabiës vaccinatie moet voor de meeste landen minimaal 21 dagen voor vertrek worden toegediend)
  • Zijn er nog aanvullende invoereisen voor uw reisbestemming? (denk hierbij bijvoorbeeld aan ontwormen tegen vossenlintworm door uw dierenarts kort voor vertrek)
  • Komt er op uw reisbestemming hartworm voor? Zo ja, haal hiervoor geschikte ontworming in huis.
  • Komen er op uw reisbestemming leishmaniose, babesiose of andere door muggen of teken overdraagbare buitenlandziekten voor? Zo ja, bescherm uw dier hier tijdig tegen met bijvoorbeeld een scalibor® band of advantix® spot on.
  • Zorg voor een veilige manier om uw dier te vervoeren in de auto (veiligheidsriem/bench) en informeer indien u met het vliegtuig reist bij de vliegtuigmaatschappij naar de eisen en mogelijkheden om uw dier mee te nemen.

Voor een overzicht van alle invoereisen per land, kijk op www.licg.nl

Hieronder volgt een kort overzicht van veel voorkomende ziekten in het buitenland en wat u kunt doen om uw dier hiertegen te beschermen.

Hondsdolheid (rabiës)

Zodra u de grens over gaat, is het verplicht uw hond, kat of fret te vaccineren tegen hondsdolheid. Uw dier kan ingeënt worden vanaf 12 weken leeftijd. Drie weken later mag uw dier de grens over. De enting moet altijd gezet worden nadat uw dier gechipt is.

Hondsdolheid kost jaarlijks wereldwijd 55.000 mensen het leven. Een besmet dier kan de ziekte overbrengen op de mens door te bijten, krabben of likken. Na besmetting duurt het 3 tot 8 weken voordat een mens of dier verschijnselen krijgt.

In eerste instantie zijn dat griepachtige verschijnselen (koorts, spierpijn). Daarna stuiptrekkingen en/of verlammingsverschijnselen, slik- en ademhalingsproblemen. Dieren kunnen watervrees krijgen, rare dingen gaan eten en agressief gedrag vertonen. Uiteindelijk raakt de patiënt in coma en overlijdt. Er is geen goede behandeling mogelijk.

Babesiose

De bloedparasiet Babesia wordt overgebracht door een teek (Dermacentor reticulatus). Deze teek komt vooral in Zuid-Europa voor. Eén tot drie weken na besmetting kan uw hond ziek worden: koorts, rode urine, bloedarmoede. De ziekte kan ook chronisch worden.

Met name boven de rode lijn komt de dermacentor reticulatus teek veel voor (bron: ESCCAP)

Honden met Babesiose dienen te worden behandeld met Imidocarb en hebben soms een bloedtransfusie nodig. In het ergste geval kan een hond aan de gevolgen van de infectie overlijden.
Preventief kunt u middelen gebruiken tegen teken en de hond dagelijks controleren op teken.

Babesiose komt bij de kat slechts sporadisch voor. 

Ehrlichiose

Ehrlichia canis wordt door dezelfde teek overgebracht als Babesia. Honden met acute Ehrlichiose hebben vaak hoge koorts. Bij chronische Ehrlichiose treden de ziekteverschijnselen jaren (tot meer dan 7 jaar) later op. Chronische Ehrlichiose gaat gepaard met afvallen, gewrichtsontstekingen, ontstekingen aan de nieren en bloedingen. 

Preventief kunt u middelen gebruiken tegen teken en de hond dagelijks controleren op teken.

Ehrlichia infecties bij de kat zijn zeer zeldzaam.

Leishmaniose

In het blauwe gebied komt Leishmania endemisch voor (bron: ESCCAP)

De Leishmania parasiet wordt overgebracht door zandvliegen. Deze beestjes zijn met name actief tijdens zonsopkomst en zonsondergang.

Leishmaniose is een chronische ziekte, waarbij we vooral huidproblemen, nierfalen en vermageren zien. De ziekte is vrij goed te behandelen, maar niet te genezen en veel dieren overlijden uiteindelijk toch aan de gevolgen van de infectie. Katten krijgen met name last van huidproblemen zoals schilfers en zweren.
Preventief kunt u een Scalibor® band of Advantix® gebruiken tegen de zandvlieg en kunt u uw dier tijdens de schemering binnen houden.

Er bestaat een vaccin tegen Leishmania (Canileish®). Dit vaccin kan vanaf 6 maanden leeftijd worden gegeven en dient twee maal te worden herhaald (met 3 weken tussentijd). De inenting moet jaarlijks worden herhaald.  Het vaccin kan gebruikt worden ter vermindering van het risico op het ontwikkelen van een actieve infectie en een klinische ziekte na contact met Leishmania infantum (één van de vele Leishmania soorten).

Hartworm

In het roodbruine gebied komt hartworm endemisch voor (bron: ESCCAP)

Hartworm (dirofilaria immitiskomt vooral voor in Zuid-Europa. De ziekte wordt overgebracht doordat muggen larven van de hartworm overbrengen van dier naar dier. De larven groeien uit tot wormen en leven in de longslagaders en rechter harthelft. Honden krijgen 6-8 maanden na besmetting hartproblemen. Katten zijn minder gevoelig voor hartworm, maar kunnen op den duur wel klachten krijgen.

Preventief kunt u uw hond of kat Milpro® tabletten geven tegen hartworm. Deze moeten op dag van thuiskomst en 1 maand later gegeven worden.