Patella Luxatie

Tijdens het lichamelijk onderzoek is gebleken dat er bij uw dier sprake is van een luxatie van de knieschijf. Deze aandoening, door dierenartsen patella luxatie genoemd, komt voor bij de hond en in mindere mate ook bij de kat. Deze adviesbrief biedt informatie over de mogelijke oorzaken en gevolgen, de symptomen, de wijze van diagnostiek, de therapie en de prognose van deze aandoening.

Normale bouw van het kniegewricht

Het kniegewricht bestaat uit de volgende botdelen:

  • dijbeen
  • scheenbeen
  • kuitbeen
  • knieschijf

De gewrichtsoppervlakken van deze botten worden omgeven door kraakbeen, zodat de botdelen soepeler over elkaar kunnen bewegen. Om het dijbeen goed over het scheenbeen te laten bewegen, bevindt zich zowel aan de linkerkant als aan de rechterkant van het gewricht een kraakbenig stootkussentje, de meniscus. Het gehele gewricht wordt omgeven door een gewrichtskapsel. De vloeistof die door dit kapsel wordt geproduceerd smeert het gewricht en levert tegelijkertijd voedingsstoffen aan het gewricht.

Naast de menisci en het gewrichtskapsel zorgen kniebanden voor stabiliteit van het kniegewricht. Binnenin het gewricht lopen twee kruisbanden en aan de linker en rechter buitenzijde van het kniekapsel lopen collateraalbanden.

Diverse spieren, waaronder de grote bovenbeenspier (de musculus quadriceps) aan de voorzijde van het dijbeen en de hamstrings aan de achterzijde van het dijbeen, zorgen voor beweging van het kniegewricht. De knieschijf bevindt zich aan de voorzijde van de knie, in de strekpees van het kniegewricht. Deze pees komt voort uit de grote bovenbeenspier en hecht aan op een uitsteeksel van het scheenbeen. In het dijbeen bevindt zich een geultje waardoor de knieschijf zich beweegt. Zodra gewicht op de achterpoot wordt gezet, zal deze bovenbeenspier zich aan moeten spannen, opdat het dier niet door zijn knie zakt. U kunt dit zelf nagaan door enigszins door uw benen te buigen alsof u in de skihouding gaat staan, uw bovenbeenspieren zullen dan hard aangespannen zijn.

Wat is patella luxatie?

Bij een dier dat een patella luxatie heeft, beweegt de knieschijf niet mooi in het geultje van het dijbeen. De knieschijf schiet uit dit geultje en bevindt zich vervolgens aan de binnenzijde (mediaal) of aan de buitenzijde (lateraal) van het dijbeen. De knieschijf kan naar twee kanten luxeren, maar vaak treedt bij een individueel dier een luxatie naar slechts een kant op.

De strekpees waar de knieschijf zich in bevindt, zal zich bij luxatie van de knieschijf dus ook verplaatsen naar de binnen- of buitenzijde van het dijbeen. In deze toestand kan het onderbeen niet meer gestrekt worden en kan de poot geen gewicht meer dragen, aangezien de strekpees zich nu achter het scharnierpunt van het gewricht bevindt in plaats van ervoor.

Dierenartsen delen de patella luxatie qua ernst in vier graden in:

  • Graad 1: u heeft uw dier niet kreupel zien lopen, maar bij het klinisch onderzoek is de knieschijf wel te luxeren.
  • Graad 2: uw dier is wisselend kreupel en de knieschijf kan tijdens het onderzoek worden geluxeerd, maar zal zonder moeite weer terugschieten naar het geultje.
  • Graad 3: uw dier kan wisselend of zelfs continu kreupel zijn, maar kan ook geen duidelijke kreupelheid vertonen en alleen met O-benen lopen. De knieschijf is tijdens het onderzoek vaak al geluxeerd, maar kan nog wel terug in de normale positie worden gebracht. Soms kunnen aanwijzingen worden gevoeld voor osteoarthrose.
  • Graad 4: uw dier is continu kreupel of loopt met O-benen. De knieschijf bevindt zich buiten het geultje van het dijbeen en kan door de dierenarts niet hierin worden teruggeplaatst.

Hoe ontstaat patella luxatie?

Afwijkingen in de anatomie van de botten en/of spieren van een achterpoot kunnen op korte of lange termijn leiden tot patella luxatie. Een te ondiepe geul in het dijbeen voor de knieschijf, een kromming van een dijbeen of scheenbeen en een afwijkende ligging van het uitsteeksel op het scheenbeen waarop de kniepees aanhecht zijn voorbeelden van dit soort afwijkingen. Deze afwijkingen zijn vaak aangeboren, maar kunnen zich ook tijdens de groei ontwikkelen.

Patella luxatie kan ook ontstaan als gevolg van trauma, al wordt dit weinig gezien.

Gevolgen

Treedt patella luxatie op bij dieren die in de groei zijn, dan kan dit grote en permanente gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de gehele achterpoot.

Tijdens het luxeren schuurt de knieschijf over de rand van het geultje in het dijbeen. Hoe vaker dit gebeurt, hoe meer schade er ontstaat aan de randen van het geultje. Osteoarthrose met botnieuwvorming en overvulling van het gewricht kunnen dan ook het gevolg zijn van een onbehandelde patella luxatie.

Doordat de krachten in de knie veranderen bij een geluxeerde knieschijf, wordt in veel gevallen van onbehandelde patella luxatie gezien dat uiteindelijk de voorste kruisband van de knie scheurt.

Tijdige detectie en behandeling van patella luxatie is dan ook van groot belang om deze vervelende complicaties te voorkomen!

Symptomen

Patella luxatie komt in 20-25% van de gevallen beiderzijds voor, waarbij de ernst van de luxatie per knie kan verschillen. Wisselende kreupelheid in een of beide achterpoten is vaak het meest opvallende symptoom. Vaak treedt met de tijd verergering van de klachten op.

Bevindt de knieschijf zich netjes in het geultje van het dijbeen, dan zal er weinig opvallen aan het dier. Is de knieschijf geluxeerd, dan bevindt ook de strekpees van de bovenbeenspier zich naast het dijbeen en kan de bovenbeenspier zijn werk niet meer goed doen. De hond of kat zal dan ook geen gewicht meer op de poot kunnen zetten zonder “erdoorheen te zakken”.

De oplossing van veel honden is om de poot in de lucht te houden op het moment dat de knieschijf is geluxeerd. Vaak is de knieschijf na enkele seconden alweer teruggeschoven op zijn normale plaats en kan de hond de poot weer normaal belasten. Het beeld van een klein hondje dat al rennend opeens op drie pootjes verder rent met een soort konijnensprongen is typisch voor patella luxatie. Veel mensen denken dat deze hondjes dit doen omdat ze op iets scherps zijn getrapt of gewoon omdat ze het leuk vinden om zo te hupsen. Dit is echter absoluut niet het geval!

Katten vertonen meestal een ander beeld dan honden. Zij blijven vaak wel op het pootje lopen, maar zakken erdoorheen, waardoor het achterpootje helemaal gebogen zal zijn in de knie. De kat zal met de achterhand heel laag bij de grond lopen in een soort sluipgang. Daarnaast kan het opvallen dat de kat niet meer springt.

Aan plotselinge verergering van de kreupelheid kan een scheur in de voorste kruisband ten grondslag liggen.

Ras predisposities

Patella luxatie wordt bij alle rassen en alle formaten honden gezien, maar komt het meest voor bij kleine en miniatuur hondenrassen. Voorbeelden hiervan zijn de Yorkshire terrier, Maltezer, Miniatuur poedel, Dwergkeeshond, Pekinees en Chihuahua. Bij kleine honden komt voornamelijk een luxatie naar mediaal voor, bij grotere rassen een luxatie naar lateraal.

Bij katten kan ook patella luxatie optreden, maar minder frequent dan bij honden. Bij de Maine Coon, de Noorse Boskat en de Abessijn wordt patella luxatie het meest gezien, maar ook andere katten kunnen deze aandoening krijgen.

Diagnostiek

Tijdens het lichamelijk onderzoek van een dier worden de knieën door de dierenarts goed nagevoeld. Het kan zijn dat de knieschijf zich op dat moment al op een afwijkende plaats bevindt, maar het kan ook zijn dat de knieschijf zich wel in het geultje bevindt, maar dat de knieschijf (eenvoudig) uit dit geultje te luxeren is. De dierenarts stelt de graad van de patellaluxatie vast op basis van uw verhaal gecombineerd met de bevindingen uit het onderzoek.

Röntgenfoto’s van knie, bovenbeen en onderbeen zijn bijna altijd geïndiceerd. Op deze foto’s kan gewrichtsovervulling worden gezien en kan worden beoordeeld in welke mate zich osteoarthrose van het kniegewricht heeft ontwikkeld, hetgeen een belangrijke prognostische factor is. Daarnaast kan aan de hand van de foto’s worden bepaald wat de eventuele afwijkingen zijn in de stand van het bovenbeen en onderbeen en wat de ligging is van het uitsteeksel van het scheenbeen waaraan de strekpees met daarin de knieschijf aanhecht. Als het dier moet worden geopereerd aan de patella luxatie, dan is dit relevante informatie voor het kiezen van de juiste chirurgische techniek. 

Therapie

Een volwassen dier met een graad 1 patellaluxatie hoeft over het algemeen niet te worden geopereerd. Wel zal in de toekomst goed in de gaten moeten worden gehouden of er geen progressie optreedt. Bij jonge honden met graad 1 patella luxatie kan een operatie wel geïndiceerd zijn, aangezien vroegtijdig ingrijpen kraakbeenschade kan voorkomen. Zodra een dier kreupelheidsklachten vertoont van de patella luxatie (graad 2 en hoger) dan zal een operatie bijna altijd geïndiceerd zijn! Of een chirurgische aanpak gewenst is, is geheel afhankelijk van de ernst van de patella luxatie, de klinische klachten, de afwijkingen op een röntgenfoto en de leeftijd van het dier. Iedere operatie in een gewricht zal resulteren in een zekere mate van osteoarthrose en dit zal door ons worden meegenomen in de beslissing tot het wel of niet opereren van uw dier. Samen zal bepaald worden welke behandeling voor uw dier het meest geschikt zal zijn.

Prognose

De prognose van patella luxatie verschilt per dier en is onder andere afhankelijk van de leeftijd van het dier, de mate van osteoarthrose van het kniegewricht en de chirurgische techniek. Chirurgische behandeling zal niet altijd kunnen zorgen voor het volledig verdwijnen van de patella luxatie, maar wel tot het verminderen van de ernst van de luxatie tot een graad 1, waarbij geen klinische klachten meer optreden van de luxatie. Het strikt volgen van de juiste revalidatiestappen na operatie is daarnaast van groot belang voor een goede prognose.

Bron: VetVisuals® International en Dierenkliniek Hattem, maart 2016